Berichten

Zo fit als een hoentje!

Buiten is het koud en nat. Ik kom zojuist binnen na een pittige intervaltraining over de Maasboulevard en kan alleen nog maar denken aan comfort food in plaats van fit food. En nu wil het geval dat ik daarvoor mijn vaste adresjes heb. Dus in een mum van tijd ben ik gedoucht en zit ik in de regen op de fiets naar de zaak waar ik mijn hartverwarmende maaltijd kan scoren: burgers and fries!

Ja, ik weet het, ik predik juist ‘the healthy living’ vol gezond eten en genoeg bewegen. Maar ook in zo’n leven is er af en toe ruimte voor patat, nacho’s en (in mijn geval) vega burgers. Oh yes!

Eenmaal binnen zit ik me al gauw tegoed te doen aan al het lekkers als er een vader met zijn dochter binnenkomt. De man schat ik rond de 70-75 jaar en de mensen om ons heen kijken op, want zo’n keurige oudere heer in een zaak waar ze streetfood serveren is nu eenmaal niet zo gebruikelijk.

De goedlachse gastvrouw van de zaak – die zo’n Rotterdamse tongval heeft dat je er écht niet meer omheen kunt – begroet de nieuwe gasten met haar warme lach en wijst ze een tafel. Er is nog maar één tafel beschikbaar: zo’n hoge met barkrukken. Heel hip maar niet praktisch, dus ik aarzel geen moment en bied de meneer direct aan te wisselen van plek.

“Nee meid, ben je gek?! Ik ben hartstikke fit, joh. Hoe oud denk je dat ik ben? Ik ben 85! En nog zo fit als een hoentje. Ik beweeg veel en ben elke dag buiten. Ik ga dus makkelijk op die kruk zitten. En ik heb gewoon zin in patat!” Even later zit hij te smullen, terwijl hij tegen zijn dochter zegt dat de muziek hier wel een beetje hard staat.

Ik ben de koude natte training gauw vergeten en het is niet alleen het eten dat vandaag mijn hart verwarmt. Ik hoop dat ik ook nog op mijn 85ste patat ga eten bij een streetfoodzaak. Dat ik dan ook nog aan een hoge tafel aanschuif. En dat ik tegen alle jonkies kan vertellen dat ik nog zo fit ben als een hoentje. O Rotterdam, wat wonen hier toch heerlijke mensen!

Deze column verscheen in Gers! Magazine #17

De beste milkshake van Rotterdam

Potverdikkie wat is 2017 een geweldig sportjaar! Nu denk je misschien “hoe kun je dat nou weten, we zijn nog maar net begonnen”, maar met de sportevenementen die dit jaar in de stad plaats gaan vinden kan het bijna niet mis gaan. Zal ik even wat opsommen? Naast de Rotterdamse ‘klassiekers’ zoals het ABN AMRO World Tennis Tournament, de NN Marathon Rotterdam en het CHIO kunnen we dit jaar een paar fenomenale sportevents tegemoet zien.

Ik zit straks met samengeknepen billen op de tribune bij het WK Shorttrack Ahoy, krijg al kriebels en zweethandjes bij het idee aan het WK Triatlon dwars door de stad en verheug me op de meesterlijke moves van de dames die aan het EK Vrouwenvoetbal meedoen tot en met de kwartfinales in ons eigen Sparta Stadion. We zijn misschien nog maar net begonnen, maar dit jaar is nu al fantastisch! Topsport pur sang, daar gaat elk sporthart toch sneller van kloppen?

Maar er is er nog zo’n groots sportevent in onze stad. Ahoy maakt zich op voor de Premier League Darts. Ja echt, staat op alle sportkalenders.

Ik ga even héél eerlijk zijn: ik vind darten geen sport. There, I said it!

Al helemaal niet sinds ik las dat ons aller Barney nu niet meer twee milkshakes per dag drinkt, maar dat aantal terug geschroefd heeft naar slechts één. Want ja – en ik quote een landelijke krant – ‘hij heeft nu echt veel meer oog voor zijn gezondheid’. Logisch, want als topsporter moet je goed naar je lichaam luisteren. Van Barneveld vindt het naar eigen zeggen ‘erg deprimerend om zo voorzichtig te zijn’. Tsja, keihard trainen en supergezond eten. Ik begrijp het wel, twee milkshakes kan dan gewoon niet meer!

Begrijp me niet verkeerd, ik vind darten heus een leuk spelletje. En ik ben vooral blij dat er héél veel mensen zijn die het een fantastisch spel vinden en straks Ahoy laten stomen! Want – of ik er nu van houd of niet – zo’n event verdient dat. Rotterdam verdient dat! Als ik er maar niet tussen hoef te zitten… Kan ik in de tussentijd mooi vast op onderzoek uit waar je de beste milkshake van Rotterdam kunt halen.

Deze column verscheen in Gers! Magazine #16

Op naar de piepers!

“Zo, wat eten jullie vanavond?” Het lunchgesprek op kantoor wordt op gang gebracht door een van de collega’s die ondertussen een hap neemt van zijn bruine bammetje kaas. Gehaktballen, stamppotten en vlaflippen vliegen over tafel. Ik volg het gesprek en mijn gedachten dwalen af.

Ze dwalen af naar mijn favoriete eethuisjes; de Vietnamees op de Meent waar ik de lekkerste vissoep eet, de Chinees op de Kruiskade met de heerlijkste dumplings, de Chinees in de Pannekoekstraat waar ze – het is vast geen toeval – de beste Chinese pannenkoek serveren. De Surinamer in de Witte de Withstraat waar we ook op een nachtelijk tijdstip terecht kunnen, de Turk achter het Centraal Station… Mijn gedachten draaien door en door.

Terwijl ik nog iemand wat hoor mompelen over rookworst en aardappelen, hoor ik naast me: “En jij dan, Madelon?” Na mijn multiculti-culinaire gedachtenspinsels is mijn keuze nog niet gemaakt. Ik weet wat er komt als ik ga antwoorden dus ik twijfel nog even, maar kies er dan toch voor om mijn gedachte te delen: “Euhm, ik denk dat ik Hu Tieu ga eten, Vietnamese vissoep.”

En ja hoor, daar is ‘ie: “Zie je wel, jij eet altijd zo gek! Dat is zeker heel gezond of zo?” Het is zo’n vraag waarop geen antwoord wordt verwacht. De ‘oude garde’ start een gesprek over eten waarin vooral de vraag centraal staat wat er toch mis is met het traditionele prakkie.

Begrijp me niet verkeerd, er is helemaal niets mis met de Hollandse pot. Een stamppotje op zijn tijd kan ik ook waarderen. Maar eten is voor mij een hobby. Ik vind het heerlijk alle verschillende keukens te proeven zonder daarvoor op reis te gaan. Om internationaal te eten in mijn eigen stad. Om elke keer weer een nieuwe cultuur te proeven, onbekende smaken te ontdekken en bijzondere eetervaringen op te doen.

De gedachte aan de dampende kom Hu Tieu maakt dat ik de taken op mijn to-do-list als een malle kan afstrepen. Hupsa, klaar! Watertandend en met een lach op mijn gezicht loop ik door het kantoor. “Zo, op naar de piepers, hè jongens?! Eet smakelijk allemaal en tot morgen!”

Deze column verscheen in Gers! Magazine #15

Geen medaille? Straf kun je krijgen!

De Olympische Spelen meemaken… Als sporter is dit een van de meest bijzondere dingen die je in je sportleven meemaakt. En ja, ook als je niet naar verwachting presteert, onder de maat ergens blijft steken, of die finale of podiumplaats misloopt. Zelfs dan kijkt elke sporter met bijzondere gevoelens terug op de Spelen. Want je was er bij en je maakte het mee!

Lees meer

Rotterdam Sportstad

Aan het einde van het jaar maken we altijd overal lijstjes voor, de verkiezingen vliegen om je oren. Wie was de beste ondernemer? Wie serveerde de beste burger? En zelfs, wat was de beste stad van dit jaar? Nu kun je als Gers! Magazine lezer die laatste vraag prima beantwoorden zonder verkiezing, maar dat terzijde.

Ook in de sport wordt teruggeblikt alsof het een lieve lust is. Wie was de beste sporter, de beste ploeg, het grootste talent? Dan heb je dus als sporter al het hele jaar gestreden, geprobeerd zoveel mogelijk wedstrijden te beslissen in jouw voordeel en dan moet je op de valreep zo aan het einde van het jaar – terwijl de kerstkalkoen al lonkt – nóg een wedstrijd winnen.

Jawel, ook Rotterdam blikt terug op de sport. We zijn tenslotte Rotterdam Sportstad! Dus kiezen we met z’n allen de beste sporters van het jaar. We kiezen zelfs een vrijwilliger van het jaar. Vrijwilliger van het jaar? Laten we wel wezen, álle vrijwilligers verdienen toch die titel?! Tuurlijk is het leuk om terug te blikken. En met de Sport Awards Rotterdam hebben we een hartstikke leuk ‘sportfeessie’. En toch wil ik hier een lans breken voor álle sporters, álle trainers, álle verenigingen, álle vrijwilligers. En niet te vergeten voor alle evenementen!

Want dat Rotterdam een sportstad is, werd met de sportevenementen in 2015 weer klip en klaar. We zagen zongebruinde billen in mini-bikini’s omhoog steken tegen de achtergrond van SS Rotterdam; De Kaap werd overgenomen door beachvolley’ers. De Tourrenners draaiden op volle toeren; met hun gespierde dijen en gefocuste blikken raceten ze over de Maasboulevard, Coolsingel en via Hofplein de Erasmusbrug over. Duizenden lopers, van 50 kilo wegende Keniaanse topatleten tot Jan ‘van zuid’ die in het weekend liever een biertje drinkt; ze vlogen, renden of strompelden door de stad voor ‘hun’ marathon. Maar ook konden we yoga’en en polstokspringen op het Schouwburgplein en triatlonnen op de Willem Alexander Baan.

Dit is geen eindejaarslijstje, maar slechts een fractie van wat hier allemaal gebeurt. Dus laten we daar vooral geen verkiezing van maken, maar met elkaar zorgen dat we ook in 2016 weer kunnen genieten van al die prachtige evenementen. Voor sporters en supporters. Voor Rotterdammers en bezoekers. Want Rotterdam Sportstad, dat is gelukkig geen verkiezing, dat bén je!

Deze column schreef ik voor Gers! Magazine #11

Ode aan het Oostelijk

Het is zondag 9.00 uur. Ik erger me kapot! De banen zijn te smal. Van vier banen maken ze er vijf, zodat de mensen beter verspreid zijn. De smalle banen maken het een circusoefening om iemand in te halen.

De kanten zijn te hoog. Wij zwemmers noemen dat ‘een klotsbak’. De kanten zijn hoog en hebben een gootje. Het water loopt daardoor niet over de kanten heen maar klotst er tegenaan, in de goot en regelrecht weer terug het zwembad in. Het wordt een soort golfslagbad, Tropicana was er niks bij. Ik wacht telkens op de ding-dong die de golven aankondigt, maar die blijft structureel uit.

Het water is te warm. Poeh, niet een beetje warm, maar wárm! En ben je op vrijdag dan heb je extra pech. Dan is het warmwaterdag. Warmwaterdag?!

Er is geen klok. Geen secondenklok. Geen digitale en zelfs niet zo’n ouderwetse met vier wijzers die minuut na minuut hun rondjes draaien. Het bijhouden van je tijden is compleet onmogelijk. En nee, met een sportwatch zwemmen gaat echt niet gebeuren. No offense hoor triatleten maar dat dóe je als zwemmer gewoonweg niet. Net zo min als in een wetsuit zwemmen overigens, maar gezien de watertemperatuur is dat ook allerminst nodig.

Maar oh Oostelijk! Je bent zó mooi. Met je ouderwetse houten kleedhokjes en je balustrades waar vanaf je het hele bad overziet. Met je blauw-groene tegels waardoor het water helder blauw lijkt en in prachtig contrast staat met het crèmig geel van de muren en vloertegels. Die bijzondere vorm en dat kleine pierenbadje aan het diepe bad vast, gescheiden door hekjes. De kleine tegeltjes waarmee letter voor letter ‘alleen voor geoefende zwemmers’ in de kant is te lezen. En dan dat plafond. Met prachtige rondingen en wit-geel ingelegde glaasjes, glas-in-lood bijna, alsof je door heilig water zwemt.

Oh Oostelijk, je bent de aller-, allermooiste. Jij hebt jouw achtervoegsel niet nodig. Iedere Rotterdammer weet wat je bent en waar je staat.

Ik kom zondag weer naar je toe hoor, om me een uur te kapot ergeren. Met liefde!

Deze column schreef ik voor Gers! Magazine #10

Bio-gekkies & hipsters

Gezond is hip. En hip, daar zijn we verdomde goed in, hier in Rotterdam. Waar voorheen de natuurwinkel en ecosuper het terrein waren van de bio-gekkies, zo is gezond eten vandaag de dag hipper dan hip in Rotterdam.

De bio-gekkies van vroeger zijn de hipsters van vandaag. Je kent ze wel. Mannen met baarden in het vet die een bakje verse geitenyoghurt met suikervrije home made granola leeglepelen, terwijl hun vriendin, met hippe wit-grijs geverfde coupe, lurkt aan een venkel-bleekselderij slowjuice met tarwegras.

Nieuwe lunchrooms met een gezonde menukaart, sapbarren en winkels die ‘healthy treats’ verkopen schieten als paddenstoelen uit de Rotterdamse grond. Net als hippe patat- en burgerzaken overigens, want een beetje balans moet er wel zijn hè.

Gezond is hip en hier mag dat. Kan dat. Hier in Rotterdam word je niet raar aangekeken als bio-gekkie, quinoakut – ja echt, die term bestaat, check #quinoakut maar eens – of havermouttrutje. Dat hip nu ook bijdraagt aan je gezondheid vind ik persoonlijk een gerse ontwikkeling. Dat lekker gezond eten niet meer in het geitenwollensokken verdomhoekje zit, maar hier gewoon wordt omarmd.

Elke zaterdag ga ik met mijn oude wijvenkar naar de mar(k)t op de Binnenrotte. Ik laad ‘m tot de nok toe vol met verse groenten en fruit en sleur dat ding dan achter me aan naar mijn volgende bestemming. Dat is niet hip, maar wel heel praktisch. En weet je, ook dat is prima hier.

Hier mag je hardop zeggen dat je tussen de middag liever een salade eet dan een boterham met kaas, hier mag je gezien worden terwijl je een acaï ontbijt bestelt en niemand die een wenkbrauw optrekt als je op Instagram een selfie met een groentesapje van je favoriete Rotterdamse sapbar post.

Het mág en het kán hier allemaal. En heus niet alleen omdat het hip is. Maar ook gewoon omdat wij het met elkaar oké vinden. Omdat het prima is als je onuitspreekbare superfoods wilt eten. Net zo prima als die zak patat van de hoek.

Geruststellend toch? Dit bio-gekkie neemt nog een slok van haar bieten-wortel-gember sappie hoor. Proost!

Deze column schreef ik voor Gers! Magazine #9